Toekomst zeker

III Toekomst zeker

III-1. Duurzaamheid is voor steeds meer mensen de opgave voor de toekomst. Zeker sinds de belofte aan de inwoners van Groningen eindelijk wordt ingelost. Iedereen weet al jaren dat de gasvoorraad uiteindelijk op zal raken, maar nu is er heel concreet een datum waarop de gasstroom zal ophouden. Of we moeten accepteren dat onze energievoorziening op de oude manier verdergaat, maar dat die energie vele malen duurder zal worden.Tevens moeten we dan  accepteren dat de aanslag op het milieu van deze manier van energievoorziening blijft doorgaan. De rekening schuiven we dan door naar de generaties na ons.

III-2. Het is echter niet iedereen gegeven maatregelen te nemen die leiden tot een andere vorm van energievoorziening. De PvdA wil de overstap wel maken. De PvdA vindt dus ook dat er een verplichting op ons rust om dat voor iedereen mogelijk te maken. Er zal geïnvesteerd moeten worden. Door de woningcorporaties en door particulier huiseigenaren. Veel van die particuliere huiseigenaren hebben niet de middelen om de overstap te betalen. En dan moet de overheid, landelijk, provinciaal en lokaal bijspringen. Op gemeentelijk niveau moet er een fonds komen om mensen te helpen investeren.

III-3. De gemeente zal zelf nog meer moeten doen om de eigen gebouwen energieneutraal te maken. Of zelfs om te bouwen tot energie opwekkende gebouwen. 

III-4. De lokale overheid moet samen met de provincie de netwerkbeheerders stimuleren tot ombouw van hun netwerk tot een netwerk dat geschikt is om lokaal opgewekte energie te verwerken en aan te bieden aan mensen zonder eigen voorziening. Tevens moet de gemeente samen met provincie en netwerkbeheerders met kracht werken aan de energietransitie. De gemeente moet burgers en burgerinitiatieven hierbij op korte termijn betrekken om per dorp of wijk plannen voor deze transitie te maken.

III-4. Als gevolg van de klimaatverandering zullen we steeds vaker te maken krijgen met extreem weer, zoals clusterbuien en perioden van warm weer en droogte. In bebouwd gebied kunnen wateroverlast en hittestress grote gevolgen hebben.  In haar beleid zal de gemeente verdere opwarming zoveel mogelijk moeten voorkomen en de gevolgen voor de burgers verminderen.  Voor de PvdA geldt ook hier dat  de sterkste schouders de zwaarste lasten  moeten dragen

III-6. Een ander onderwerp dat voor veel van onze inwoners het verschil maakt tussen een betere toekomst en stilstand is de staat van het onderwijs in de regio. De lokale overheid kan geen sturing geven aan de inhoud van het geboden onderwijs, dat verbiedt artikel 23 van onze grondwet. Wat de lokale overheid wel kan doen is het onderwijs ondersteunen als dat zaken op wil pakken die de leerlingen helpen mee te komen in de maatschappij. In dat kader wil de PvdA steun verlenen aan initiatieven die zich richten op de zogenaamde 21-eeuwse vaardigheden. En is de PvdA groot voorstander van meertaligheid op scholen. Wij willen steun verlenen aan het opzetten van meer 3-talige scholen in de gemeente Noardeast-Fryslan.

III-7. De eerste opgave van een gemeente op het gebied van onderwijs betreft de onderwijshuisvesting. Zowel voor wat het Primair Onderwijs betreft als het Voortgezet Onderwijs. 

III-8. Voor het Voortgezet Onderwijs betekent dit dat wij een voor de gehele gemeente dekkend aanbod willen. Dus vestigingen in zowel de westelijke kant van de gemeente, handhaving van de vestiging van het Dockinga college in Ferwert, als aan de oostkant. Met de bouw van Campus Kollum wordt hieraan voldaan. In het centrum van de gemeente, Dokkum, willen wij dat de plannen voor nieuwbouw zoals ze er nu liggen worden uitgevoerd. Voorwaarde hierbij is wat ons betreft wel dat er samengewerkt wordt door alle partijen, ongeacht de denominatie van die partijen.

III-9. In het primair onderwijs is er door de hele gemeente sprake van verouderde schoolgebouwen. Zeker als er ingezet wordt op de eerder genoemde 21e-eeuwse vaardigheden dient er een moderniseringsslag plaats te vinden. Maar voor wat de PvdA betreft betekent dat niet dat elke bestaande school zal worden vervangen. Wij zijn van mening dat de ideale schoolgrootte tenminste 80 leerlingen is. Dat betekent 4 groepen van 20 leerlingen. Dus telkens maximaal 2 leerjaren per groep worden samengevoegd. Dit is zowel voor de leerling als de leerkracht behapbaar. Elke groep beperken tot 1 leerjaar zou nog mooier zijn, maar dat betekent scholen van minimaal 160 leerlingen. Dat zou betekenen dat veel scholen in ons gebied moeten verdwijnen. Dat gaat ons veel te ver.

III-10. In dat kader is ook ons ideaalbeeld van 80 leerlingen geen eis. In geval van gewenste nieuwbouw zal altijd overleg moeten plaatsvinden tussen de gemeente, de betrokken schoolverenigingen en, vooral, de betrokken dorpen. Wij zijn een groot voorstander van samenwerkingsscholen. 

III-11. Wij streven naar de bouw van Integrale Kindcentra, waarin mogelijk ook andere functies als een dorpshuis, een bibliotheek, een gymzaal, of waaraan ook maar behoefte is worden opgenomen.